Wie vlak voor vertrek nog even de weerapp controleert, gaat ervan uit dat de neerslagverwachting klopt. Toch blijkt dat in delen van Gelderland niet altijd het geval. Een rij populieren naast de neerslagradar van het KNMI in Herwijnen verstoort al jarenlang de metingen, waardoor er soms meer of juist minder regen valt dan op de radar te zien is.
Het probleem treft een strook die vanaf de omgeving van Arnhem en Nijmegen richting Doetinchem loopt en verder Duitsland in. Naarmate de afstand tot de radar groter wordt, wordt het verstoorde gebied steeds breder.
Arnhemmer Edwin Rijkaart, medeoprichter van Buienradar, ontdekte de afwijkingen enkele jaren geleden. Aanvankelijk dacht hij dat verkeerd geplaatste windmolens de oorzaak waren. Uiteindelijk bleek een rij snelgroeiende populieren verantwoordelijk voor de verstoring.
Volgens het KNMI speelt het probleem al sinds 2022. De radar in Herwijnen werd in 2016 in gebruik genomen. “We hadden destijds niet verwacht dat die bomen zo snel zouden groeien”, zegt onderzoeker Hidde Leijnse van het KNMI.
De gegevens van de neerslagradars van het KNMI worden gebruikt voor weersverwachtingen op de korte termijn, onder meer door weerapps zoals Buienradar. Ook het weerwaarschuwingscentrum van het KNMI werkt met deze data.
Nederland beschikt over twee neerslagradars: één in Herwijnen en één in Den Helder. Samen met radars in Duitsland en België vormen zij het totale neerslagbeeld van Nederland. Vooral in de zomer kan de verstoring volgens Rijkaart grote gevolgen hebben, omdat de bomen dan vol in blad staan.
“Juist in de zomer is betrouwbare radardata extra belangrijk vanwege de grotere kans op zwaar weer”, stelt hij. Volgens Rijkaart is het daarom opmerkelijk dat de situatie al jaren voortduurt.
Het KNMI heeft eind 2025 bij de gemeente West Betuwe, eigenaar van de populieren, een verzoek ingediend om de bomen te snoeien. De gemeente bevestigt dat hierover overleg heeft plaatsgevonden.
Volgens een woordvoerder wacht de gemeente nog op een uitgebreide rapportage van het KNMI over de gevolgen van de verstoring. Zolang die onderbouwing ontbreekt, worden geen maatregelen genomen. Daarbij speelt mee dat het om gezonde bomen gaat.
Om het verstoorde gebied toch in beeld te brengen, gebruikt het KNMI gegevens van radars in Duitsland en België. Daarmee kan het ontbrekende deel van de metingen volgens het instituut redelijk worden aangevuld.
Rijkaart plaatst daar vraagtekens bij. Volgens hem staan die radars veel verder weg en zijn ze daardoor minder geschikt om neerslag in Gelderland nauwkeurig te meten. De radar in Herwijnen bevindt zich op ongeveer 50 kilometer van Arnhem en Nijmegen, terwijl de radar in Den Helder en de Duitse radars aanzienlijk verder van de regio staan.
“Als je neerslag goed wilt meten, wil je je meetinstrument zo dicht mogelijk bij het gebied hebben staan”, aldus Rijkaart.
Bron: Omroep GLD
Foto: Omroep GLD

