Zutphen kleurt op zaterdag 11 juli opnieuw in alle kleuren van de regenboog tijdens Zutphen Pride 2026. Met een Pride Walk door de binnenstad en een uitgebreid feestprogramma in het Koelhuis vraagt de organisatie aandacht voor de zichtbaarheid en rechten van de lhbtiq+-gemeenschap. Iedereen die de gemeenschap een warm hart toedraagt, is welkom om mee te lopen en mee te vieren.
De Pride begint om 16.00 uur bij het stadhuis, waar deelnemers zich verzamelen voor de jaarlijkse Pride Walk. In een kleurrijke stoet trekt de lhbtiq+-gemeenschap uit Zutphen en de regio door de stad om zichzelf zichtbaar te maken en aandacht te vragen voor de positie van lhbtiq+-personen in de samenleving.
Volgens medeorganisator Luca Wannee is Pride meer dan alleen een feestelijke bijeenkomst.
“Pride is een feest van verbinding, maar ook een protest om op te komen voor onze rechten. We laten zien dat we niet onzichtbaar zijn en met een te grote groep zijn om opzij te zetten. Queer mensen zijn ook mensen, maar worden nog regelmatig behandeld alsof dat niet het geval is. Hiervoor lopen, vieren en protesteren wij met Pride.”
Voorafgaand aan het evenement kunnen deelnemers zich alvast voorbereiden. Op zaterdag 21 juni organiseert de organisatie een bijeenkomst waar bezoekers hun eigen protestborden kunnen schilderen voor de Pride Walk.
Na afloop van de wandeling verhuist het programma vanaf 17.00 uur naar het Koelhuis. Daar staat een gevarieerd programma op de agenda met onder meer een open podium, dragoptredens, karaoke, diverse acts en de Dragpalace A-Meezing Spel Show van Rose Murphy, een feestelijke drag bingo die garant moet staan voor een avond vol entertainment.
Volgens initiatiefnemer Erwin Vogelaar was het nog onzeker of Zutphen dit jaar opnieuw een Pride-evenement zou krijgen.
“Het was nog even spannend of Zutphen dit jaar wel een Pride zou hebben. Maar met ondersteuning van de gemeente Zutphen en met nieuwe energie en ideeën van enthousiaste vrijwilligers komt het toch goed. Gelukkig maar, want Pride is te belangrijk om te missen.”
Bron: Eigen redactie
Foto: Frank Mossink

